Dit onderzoek dat al in de jaren ’50 van de twintigste eeuw werd uitgevoerd
Dit onderzoek dat al in de jaren ’50 van de twintigste eeuw werd uitgevoerd, heeft de archeologie van de gehele verdere twintigste eeuw beïnvloed, vanwege het feit dat geen omvangrijker nederzettingsterrein uit de Midden en Late IJzertijd in Noord-Holland is onderzocht. Het bijzondere van de opgraving te Santpoort ligt vooral in een tweetal aspecten: de geografische ligging tussen de Zuid-Hollandse bewoonde gebieden en de invloedssfeer van de Friezen in het Noorden van het land en anderzijds door de bijzondere omstandigheid dat vanwege overstuivingen er niet minder dan zes opgravingshorizonten waren te onderscheiden. Vooral door dit laatste kon een relatieve periodisering worden gemaakt in een periode waarin de kennis over IJzertijd aardewerk nog in de kinderschoenen stond. De plek was tot aan de oorlog ongestoord gebleven, maar werd daarna steeds verder aangetast tot haar ontdekking in 1949. Pas in 1953 konden delen van het gebied worden opgegraven. Het oorspronkelijke terrein was een zacht golvend , hooggelegen, maar vochtig strandwalgebied waarop zich een dun laagje veen bevond. De combinatie van zand, humeuze aarde en vocht was ideaal voor de aanleg van akkers. Deze raken op enig moment overstoven, maar dit weerhield de bewoners niet om ze toch weer in gebruik te nemen. Hierbij schuift de bewoning verder oostwaarts op en zijn gebouwen uit deze periode waargenomen. Steeds wordt in het westen meer stuifzand neergelegd, waardoor zowel de akkers als de huizen moeten opschuiven. Van de gedomesticeerde dieren die zijn aangetroffen, maken runderen het grootste deel uit, gevolgd door schapen of geiten en varkens. Paard en hond zijn wel gevonden, maar in lage aantallen. Ook jachtwild maakt maar een zeer gering deel uit van de gevonden diersoorten. Gerst lijkt het belangrijkste consumptie gewas te zijn geweest, maar opmerkelijk is ook het voorkomen van vlas. Opmerkelijk voor de periode waarin de nederzetting is opgegraven, is de aandacht die werd besteed aan het onderzoek naar zaden . Hierbij werd duidelijk dat een breed scala aan planten de akkers heeft omgeven en dat diverse daarvan alleen in samenhang met menselijke bewoning aangetroffen kunnen worden. Het oudste aardewerk dateert uit het begin van de vierde eeuw v. Chr. en wordt dan voornamelijk beheerst door aan Ruinen-Wommels verwante aardewerkvormen, met lange halzen en een scherpe overgang op de schouder. Ook is er een vorm van geometrische versiering waargenomen. Vanaf 350 v. Chr. zien we ook invloeden uit het Zuiden, voornamelijk in de vorm van tweeledige potten en drieledige schalen. Tot aan het eind van de nederzetting, even voor 200 v. Chr. is er een voortzetting van de ‘mix’ van Zuid-Hollandse en Friese vormen, waarbij de potprofielen steeds meer slap ‘S’-vormig worden
Dit onderzoek dat al in de jaren ’50 van de twintigste eeuw werd uitgevoerd (1955).
Dit beeld komt uit de collectie van The province of North Holland.
- Bron
- The province of North Holland
- Betrouwbaarheid
- midden
- Jaar
- 1955
- Rechten
- CC BY-SA 4.0licentie ↗wat mag ik hiermee?
- Origineel
- bekijk bij de bron ↗
Verankerd op Wommels – names Wommels in its own title (no competing place). Het onderschrift is automatisch opgesteld uit de metadata van de bron en is nog niet door een mens gecontroleerd.