De vindplaats Velserbroek B6 in het zuiden van de gemeente Velsen is in 1989 door W.J
De vindplaats Velserbroek B6 in het zuiden van de gemeente Velsen is in 1989 door W.J. Bosman ontdekt. Door het verleggen van de Lange Sloot, een van de hoofdwateringen van de polder De Velserbroek, raakte in het voornamelijk uit rietveen samengestelde slootprofiel over een lengte van ongeveer 30m een zandlichaam ontsloten. Het in Velserbroek onder vergelijkbare omstandigheden als regel aanwezige toedekkende akkerniveau ontbrak. Uit het zandpakket zelf werden echter enkele inheems-Romeinse scherven geborgen, alsmede een fragmentje Zuid-Gallische terra sigillata. Bovendien rustte een pakket dunne twijgen op de zuidflank dat tot in het veen was te vervolgen. Aangezien binnen korte tijd ook dit gedeelte van de polder zou worden bebouwd (Velserbroek plandeel B6), werd een proefonderzoek onvermijdelijk. Dit is uitgevoerd onder auspiciën van het toenmalige IPP (UvA) in 1991, gevolgd door twee reguliere campagnes in 1992 en 1993, waarbij de vindplaats grotendeels is gedocumenteerd. In 1992 is vrijwel het gehele zandlichaam ten oosten van het nieuwe „Lange Sloot-tracé? gedocumenteerd. Ten westen ervan is zowel in 1992 als in 1993 gegraven. Om vast te stellen wat de aard was van de vindplaats, wat diens relatie was met het toenmalige landschap, en om te achterhalen of er een relatie met de forten Velsen 1 en 2 zou kunnen bestaan, is het onderzoek uitgevoerd. De vindplaats ligt 2,9 km ten zuiden van Velsen 1. Een bijkomende vraag is die naar de relatie met de archeologische lagen die op meerdere stratigrafische niveaus ten noorden van vindplaats B6 zijn waargenomen. Het zandlichaam werd zowel ten noorden als ten zuiden begrensd door greppels. Een in de vulling aangetroffen vrijwel ongesleten terra sigillata scherf suggereert sterk een datering in de Romeinse tijd. In het hoger gelegen westelijk deel van de vindplaats zijn bundels karrensporen aangetroffen die vanuit drie windrichtingen op de zandrug samenkomen dan wel daarvandaan uitwaaieren. Ten westen van die sporen is een perceleringsysteem aangetroffen, dat zich tot buiten de opgravingen voortzet. De meeste vondsten, en met name alle metalen objecten zijn geconcentreerd gevonden op de zandrug, binnen de greppels. De metalen voorwerpen zijn vrijwel uitsluitend gevonden met behulp van de intensief ingezette metaaldetector. Reeds op basis van de resultaten van de in de periode 1991-1993 uitgevoerde opgraving in Velserbroek plandeel B6 is deze locatie als van uitzonderlijk hoog belang onderkend. Het had in de afgelopen 20 jaar al veel eerder een afronding verdiend in de vorm van een integrale presentatie van sporen en vondsten. Tot op heden zijn hier slechts flarden van bekend gesteld. Onderhavig rapport zal in ieder geval voor het deel dat in de Romeinse tijd dateert de schuld wat inhalen. In dit rapport komen de daarop gerichte zaken ter sprake, zoals de sporen en vondsten. De sporen uit de Romeinse tijd zijn relatief gering in aantal, als de vondstlagen even buiten beschouwing blijven. Er zijn slechts enkele greppels op de flanken van de zandrug en zoals boven vermeld enkele banen met karrensporen. Op de top van de zandrug is in feite alleen sprake van het gelaagde zand van spoor 33, dat het best als betredingsvlak is te beschrijven. Hierin zijn slechts twee (paal?)gaten waargenomen. De vondsten in het pakket zijn over het algemeen zonder een duidelijke kuil of insteek gevonden. Dit zal een gevolg zijn van de verplooiing van de lagen erboven. Het vondstmateriaal laat een grote hoeveelheid, deels bijzonder metaal zien. Er zijn de voor offerplaatsen gebruikelijke categorieën als munten, mantelspelden en militaire artefacten. Hierbij is er een directe connectie met de periode waarin de forten van Velsen bezet waren, maar ook van daarna. Het aardewerk vertoond een selectie uit het inheemse repertoire, terwijl het aantal Romeinse importen gering is. Hierbij kunnen bovendien een groot deel van de gladwandige scherven tot één exemplaar hebben behoord. Het aardewerk is van geringe grootte op de top van de zandrug, wat als een extra aanwijzing voor de intensieve betreding kan worden gezien. Het botmateriaal vertoond eenzelfde beeld. Hierbij zijn enkele bijzondere stukken zoals complete geweistangen en botten van hond en paard. Niet ongebruikelijk, maar wel in de samenstelling zijn de menselijke botten. Hieronder is zelfs een werktuig. Het ensemble van context, landschappelijke inbedding, sporen en vondsten duidt op een uitzonderlijke vindplaats. Het is met recht een offerplaats genoemd, die een belangrijke rol zal hebben gespeeld in het leven van de Friezen op lokaal en regionaal niveau en het is niet uit te sluiten mogelijk zelfs nog daarboven. De Friezen hebben dit belang gevoed, en mogelijk heeft het er ook toe geleid dat de Friese elite hier in de nabijheid haar residentie heeft gehad. Dat de Romeinen hier op hebben ingespeeld en het in hun strategisch concept hebben meegewogen, is verklaarbaar. Vanwege de locatie van B6 zullen ze hun redenen hebben gehad een generatie lang in Velsen te bivakkeren
De vindplaats Velserbroek B6 in het zuiden van de gemeente Velsen is in 1989 door W.J (1991).
Dit beeld komt uit de collectie van The province of North Holland.
- Bron
- The province of North Holland
- Betrouwbaarheid
- midden
- Jaar
- 1991
- Rechten
- CC BY-SA 4.0licentie ↗wat mag ik hiermee?
- Origineel
- bekijk bij de bron ↗
Verankerd op Velserbroek – mentions Velserbroek + region. Het onderschrift is automatisch opgesteld uit de metadata van de bron en is nog niet door een mens gecontroleerd.