Zorgvuldig samengesteld, met bronvermelding – deze verzameling is automatisch bijeengebracht, met samenvattingen en labels van een taalmodel (LLM), en verwijst voor elk object naar de bron. Zo werkt het
← terug naar de collectie

Ir. R. de Kat - Directeur van de Staatsmijnen

Ir. R. de Kat - Directeur van de Staatsmijnen (1908-1913). Rutger de Kat werd geboren op 22 februari 1870 te Delft. Op 18-jarige leeftijd begon hij aan de tweejarige studie voor ijker aan de Polytechnische School in Delft. In die twee jaar legde hij ook de beide eerste examens voor werktuigkundige ingenieur af. Toen er in 1890 voorlopig geen plaatsing als ijker mogelijk was, trad hij als constructeur in dienst van een machinefabriek. Na een jaar van zelfstudie, waarbij hij avond -en nachtwerk moest verrichten, slaagde hij voor het derde gedeelte van de vierjarige ingenieursopleiding. Hierna studeerde hij weer een jaar aan de Polytechnische School en behaalde in 1892 zijn diploma van werktuigkundig ingenieur. De Kat vond spoedig een baan als adjunct-ingenieur bij de Spoorwegen te Utrecht. In 1895 vertrok hij met zijn vrouw naar Transvaal, waar hij ging werken bij de Nederlandsch Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij. Hij voelde zich hier burger van dit land en stelde zich als vrijwilliger ter beschikking van de Transvaalse regering. Hij werd Transvaals staatsburger en trad op 24 januari 1899 in dienst van de republiek als ingenieur van het Stoomwezen. Tijdens de oorlog met Engeland trok hij het vrijwilligersuniform aan en werd ingedeeld bij het Boksburg-commando. Hij was ook korte tijd belast met de leiding van een der grootste goudmijnen, die later werd bezet door de Engelsen. Eind 1900 moest hij vertrekken naar Nederland, waar hij in Utrecht weer achter de tekentafel plaats nam. Dit duurde echter niet lang. In 1901 kreeg hij verlof van zijn werkgever - de Spoorwegen - voor het aanvaarden van een studiereis naar West-Indië om voor de Maatschappij “Suriname” onderzoekingen te verrichten voor de ontginning van goud. Terug in Nederland werd hij met ingang van 1 januari 1903 benoemd tot ingenieur bij de Staatsmijnen in Limburg en kreeg hij zijn Nederlanderschap weer terug. Toen Wenckebach in 1907 vertrok naar Nederlands-Indië werd De Kat directeur van de Staatsmijnen, tezamen met Bunge en Frowein. Hij ontwierp en bouwde de bovengrondse inrichtingen van de Staatsmijnen. De Wilhelmina en de Emma werden voltooid en met de Hendrik begon men onder zijn periode. De Kat nam het initiatief tot de distributie van elektrische energie van de mijncentrales voor derden in Limburg. De Stroomverkoopmaatschappij was het resultaat. In 1913 erkende de regering zijn verdiensten door hem op 43-jarige leeftijd te benoemen tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Met ingang van 27 september 1913 werd hij op zijn verzoek eervol ontslagen en vertrok hij begin oktober 1913 naar Nederlands-Indië, waar hij was benoemd tot directeur van de Gouvernementsbedrijven als opvolger van Wenckebach. Na zijn terugkeer in 1920 werd hij adviseur van de directie van de Nederlandsche Maatschappij tot het verrichten van Mijnbouwkundige werken en de hiermee verbonden petroleummaatschappijen. In die functie maakte hij reizen naar Roemenië en Argentinië. In 1923 eindigde zijn dienstverband en met ingang van 1 april 1924 werd hij directeur van de dienst van de gemeentelijke Handelsinlichtingen te Amsterdam, belast met onder andere de bouw en de organisatie van de gemeentelijke luchthaven Schiphol. Na het overlijden van Wenckebach werd hij in 1924 benoemd tot lid van de Mijnraad. Zes jaar later werd hij in 1930 voorzitter van de Raad van Beroep voor het Mijnwezen en in 1938 voorzitter van een adviescommissie inzake de ontginning van de Peelmijnvelden. Op 1 juni 1930 ging hij op eigen verzoek met pensioen. De Kat was ook de eerste voorzitter van de op 1 januari 1936 opgerichte Geologische Stichting, waarin waren verenigd de Rijks Geologische Dienst en het Geologisch Bureau voor het Mijngebied. Bij zijn zeventigste verjaardag op 22 februari 1940 werd hij koninklijk onderscheiden tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. Ir. Rutger de Kat overleed plotseling op 11 november 1940 in zijn woonplaats Wassenaar

Ir. R. de Kat - Directeur van de Staatsmijnen (1908-1913). Rutger de Kat werd geboren op 22 februari 1870 te Delft. Op 18-jarige leeftijd begon hij aan de tweejarige studie voor ijker aan de Polytechnische School in Delft. In die twee jaar legde hij ook de beide eerste examens voor werktuigkundige ingenieur af. Toen er in 1890 voorlopig geen plaatsing als ijker mogelijk was, trad hij als constructeur in dienst van een machinefabriek. Na een jaar van zelfstudie, waarbij hij avond -en nachtwerk moest verrichten, slaagde hij voor het derde gedeelte van de vierjarige
ingenieursopleiding. Hierna studeerde hij weer een jaar aan de Polytechnische School en behaalde in 1892 zijn diploma van werktuigkundig ingenieur.
De Kat vond spoedig een baan als adjunct-ingenieur bij de Spoorwegen te Utrecht.
In 1895 vertrok hij met zijn vrouw naar Transvaal, waar hij ging werken bij de Nederlandsch Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij. Hij voelde zich hier burger van dit land en stelde zich als vrijwilliger ter beschikking van de Transvaalse regering.
Hij werd Transvaals staatsburger en trad op 24 januari 1899 in dienst van de republiek als ingenieur van het Stoomwezen. Tijdens de oorlog met Engeland trok hij het vrijwilligersuniform aan en werd ingedeeld bij het Boksburg-commando. Hij was ook korte tijd belast met de leiding van een der grootste goudmijnen, die later werd bezet door de Engelsen.
Eind 1900 moest hij vertrekken naar Nederland, waar hij in Utrecht weer achter de tekentafel plaats nam. Dit duurde echter niet lang. In 1901 kreeg hij verlof van zijn werkgever - de Spoorwegen - voor het aanvaarden van een studiereis naar West-Indië om voor de Maatschappij “Suriname” onderzoekingen te verrichten voor de ontginning van goud.
Terug in Nederland werd hij met ingang van 1 januari 1903 benoemd tot ingenieur bij de Staatsmijnen in Limburg en kreeg hij zijn Nederlanderschap weer terug. Toen Wenckebach in 1907 vertrok naar Nederlands-Indië werd De Kat directeur van de Staatsmijnen, tezamen met Bunge en Frowein.
Hij ontwierp en bouwde de bovengrondse inrichtingen van de Staatsmijnen. De Wilhelmina en de Emma werden voltooid en met de Hendrik begon men onder zijn periode. De Kat nam het initiatief tot de distributie van elektrische energie van de mijncentrales voor derden in Limburg. De Stroomverkoopmaatschappij was het resultaat. In 1913 erkende de regering zijn verdiensten door hem op 43-jarige leeftijd te benoemen tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Met ingang van 27 september 1913 werd hij op zijn verzoek eervol ontslagen en vertrok hij begin oktober 1913 naar Nederlands-Indië, waar hij was benoemd tot directeur van de Gouvernementsbedrijven als opvolger van Wenckebach. Na zijn terugkeer in 1920 werd hij adviseur van de directie van de Nederlandsche Maatschappij tot het verrichten van Mijnbouwkundige werken en de hiermee verbonden petroleummaatschappijen. In die functie maakte hij reizen naar Roemenië en Argentinië. In 1923 eindigde zijn dienstverband en met ingang van 1 april 1924 werd hij directeur van de dienst van de gemeentelijke Handelsinlichtingen te Amsterdam, belast met onder andere de bouw en de organisatie van de gemeentelijke luchthaven Schiphol.  
Na het overlijden van Wenckebach werd hij in 1924 benoemd tot lid van de Mijnraad. Zes jaar later werd hij in 1930 voorzitter van de Raad van Beroep voor het Mijnwezen en in 1938 voorzitter van een adviescommissie inzake de ontginning van de Peelmijnvelden. Op 1 juni 1930 ging hij op eigen verzoek met pensioen. 
De Kat was ook de eerste voorzitter van de op 1 januari 1936 opgerichte Geologische Stichting, waarin waren verenigd de Rijks Geologische Dienst en het Geologisch Bureau voor het Mijngebied.
Bij zijn zeventigste verjaardag op 22 februari 1940 werd hij koninklijk onderscheiden tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. Ir. Rutger de Kat overleed plotseling op 11 november 1940 in zijn woonplaats Wassenaar.

Ir. R. de Kat - Directeur van de Staatsmijnen (1908).

Dit beeld komt uit de collectie van Historic Center Limburg.

Verankerd op Luchthaven Schiphol – mentions Luchthaven Schiphol + region. Het onderschrift is automatisch opgesteld uit de metadata van de bron en is nog niet door een mens gecontroleerd.

Meer zoals dit