Zorgvuldig samengesteld, met bronvermelding – deze verzameling is automatisch bijeengebracht, met samenvattingen en labels van een taalmodel (LLM), en verwijst voor elk object naar de bron. Zo werkt het
← terug naar de krantenberichten

Geestelijk Leven - artikel in De Graafschapper

Geestelijk Leven

1939KB Delpher - De Graafschapperrelevantie: middenbetrouwbaarheid: midden

Krantenpagina: Geestelijk Leven

Geestelijk Leven - artikel in De Graafschapper (1939).

Dit document komt uit de collectie van KB Delpher - De Graafschapper.

De Gereformeerde Kerk van Geesteren-Gelselaar werd in 1839 gesticht door gezinnen die zich niet konden vereenzelvigen met de Ned. Herv. Kerk na de Afscheiding van 1834. De gemeente groeide langzaam en bouwde in 1844 een eerste kerkje, dat in 1864 werd vervangen door een aangekocht huis dat als kerk en pastorie diende. In 1884 werden beide gebouwen afgebroken en vervangen door nieuwe constructies zonder schuld. Het aantal gemeenteleden bleef klein, maar de kerk vierde in augustus 1939 haar honderdjarig bestaan met verschillende samenkomsten waarin de geschiedenis en Gods trouw werden herdacht.

Het artikel (machine-gelezen tekst, kan leesfouten bevatten)

Ned. Herv. Kerk. Bedankt: Voor Vollenhove (toez.), J. A. Tammens te Parrega c.a. Voor Otterlo, W. L. Mulder te Veenendaal. Geref. Kerken. Drietal: Te Langeslag (O.), A. J. Krijtenburg, cand. te Sneek ; J. Rook idem te Steenwijk en W. Vreugdenhil, idem te Rotterdam-O. , Tweetal: Te Serooskerke (W.), H. de Jong te Hoek van Holland en H. J. Riphagen te Schoonebeek. UIT DE GESCHIEDENIS DER GEREF. KERK VAN GEESTEREN—GELSELAAR. Reeds spoedig na de bekende Afscheiding van het jaar 1834 werden er in Geesteren—Gelselaar en in het naburige Lochem enkele gezinnen gevonden, die zich niet konden vereenigen met de prediking inde Ned. Herv. Kerk van diè dagen. Daar het aantal echter vrij gering was, kwam men de eerste tijd alleen samen in gemeenschappelijke bidstonden en was er nog geen sprake vaneen zelfstandig kerkelijk leven. In het jaar 1839 is daarin onder aandrang van Ds. Brummelkamp verandering gekomen. Zoo werd dan ook op den 27 Juni 1839 de Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Gemeente van Geesteren—Gelselaar—Lochem geïnstitueerd, eerst met twee ouderlingen : Z. G. H. Hoffman te Lochem en D. Meengs te Geesteren en één diaken : E. Kolkman te Gelselaar. Op den 4en Oct. 1839 de datum die in het Jaarboek der Geref. Kerken als die der institueering staat opgeteekend, maar die de datum is van de eerste „kerkvergadering” werden daarbij gekozen als ouderling : R. Breuker te Gelselaar en als diakenen J. Meengs te Geesteren en G. J. Henselaar te Lochem. Vrij spoedig ontving de gemeente van de predikant K. Wildeboer uit Rijssen steun, hoewel het te begrijpen valt, dat niet alle werkzaamheden door dezen predikant konden worden verricht, aangezien zijn arbeidsveld zich uitstrekte vanaf Rijssen met Holten en Enter tot aan Winterswijk en Varsseveld. Spoedig bleek deze toestand onhoudbaar. In 1841 vertrok Ds. Wildeboer. De groep te Lochem scheidde zich daarna af van Geesteren—Gelselaar en hield als geemente na 1847 op te bestaan. Vanaf 1843 is Geesteren—Gelselaar zelfstandig. Een kleine groep getrouwen heeft alle krachten ingespannen om het kerkelijk leven tot bloei te brengen. De Heere heeft kennelijk de zwakke krachten gezegend. In 1844 is het eerste kerkje gebouwd, dat gestaan heeft dicht bij het dorp Geesteren, onder aan de Esch „op de Huurne” •—. Het was een eenvoudig gebouwtje, slechts 4 el breed en 7 el lang. Inden tijd dat in Geesteren geen predikant was, kwamen de Gelselaarsche broeders niet in het kerkje, maar hadden zij hun samenkomsten op Witman, het huis dat gestaan heeft op de Brink te Gelselaar en dat aan de ouderen nog wel bekend is. Het eerste kerkje heeft het een twintig jaar uitgehouden. In 1864 werden pogingen aangewend om in het dorp een huis aan te koopen voor kerk en pastorie. Dat is gelukt. Na eenige moeite met het kerkbestuur der Herv. Kerk en B. en W. van Borculo, werd het pand, destijds het eigendom van G. Esselink, aangekocht. Het huis werd ingericht tot pastorie, de schuur tot kerk. Veel kon er echter niet aan worden veranderd, omdat de financieele krachten klein waren. De gemeente telde toen nog geen honderd zielen ! Vrij spoedig kon noch de kerk noch de pastorie aan redelijke eischen voor gebruik en bewoning voldoen. Daarom werd besloten in 1884 om zoowel de kerk als de pastorie af te breken en een nieuwe kerk met een nieuwe pastorie op dezelfde plaats op te bouwen. Dank zij de offervaardigheid destijds bestond konden deze gebouwen dadelijk zonder schuld in gebruik worden genomen. Nog wordt in het dezelfde kerkgebouw dienst gehouden en ook de pastorie is uiterlijk dezelfde als in 1884, hoewel het inwendige daarna menige verandering heeft ondergaan. Aan deze verandering is niet vreemd het groot aantal predikanten, dat de Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Gemeente sinds 1869 Christelijk Gereformeerde Gemeente, sinds 1892 Gereformeerde Kerk, heeft gehad. Opmerkelijk is de korte vacaturetijd telkens de elkaar opvolgende predikanten. Daarbij is één uitzondering. Na het vertrek van Ds. Evers, die predikant was van 1846—1848, was er een vacaturetijd van 17 jaar. In dien tijd heeft de oud. J. Meengs groote invloed gehad op het bestuur der kerkelijke zaken. Verder valt op, bij een blik op het aantal predikanten, dat de kerk heeft gediend, dat de ambtsperiode te Geesteren betrekkelijk kort was, van 2/2 tot552y2 jaar. Ook daarbij is één uitzondering : Ds. Lugtigheid is hier ongeveer twaalf jaar geweest, van 1901 tot 1913. Merkwaardig is verder dat nog vele oud-predikanten inleven zijn. Alleen de oudste predikanten A. Evers (1846—’48), E. S. Postjna (1865—’67), C. de Best (1872—75), J. W. te Bokkel (1877—’82) en A. den Hartogh (1885—’91) zijn overleden. Na deze 5 zijn er, afgezien van den tegenwoordigen predikant, nog 8 geweest, die alle no gin het land der levenden verkeeren. Van deze acht zijn er drie emeriti : Ds. F. Staal (1891—’95), Ds. J. Visser (1895—1900) en Ds. J. Lugtigheid (1901— ’ 13). De overige vijf nog dienstdoende predikanten zijn : Ds. J. Oosterveen, nu te Barendrecht (te Geesteren 1914—’19) ; Ds,- D. Scheele, nu te Assen (te Geesteren 1920—’24) ; Ds. J. van Raalte, nu te Laar (te Geesteren 1925—’28) ; Ds. E. I. F. Nawijn, nu te Apeldoorn (te Geesteren 1928 ’32) ; Ds. S. R. Smilde, nu te Bilthoven (te Geesteren 1932—’34). Het zielental der gemeente is steeds klein gebleven. Geruimen tijd bleef het beneden de honderd. Pas na 1870 kwam er watj groei. Vooral inden tijd van Ds. den Har-, togh kwam er sterke uitbreiding. Maar in 1890 is het getal gemeenteleden sterk geslonken door de institueering van de dochterkerk Neede. Daardoor gingen tegelijkertijd de leden onzer kerk, cfie te Eibergen en Rekken woonachtig waren, van ons weg. Een verdere aderlating kwam door het opnieuw zelfstandig worden van de kerk te Lochem in 1895. Het groote gebied onzer kerk is daardoor ingekrompen. En dit gebeurde later nog eens doordat de leden te Diepenheim en Goor kwamen bij de geïnstitueerde kerk te Goor in 1933. Het aantal gemeenteleden is de laatste 40 jaren blijven schommelen tusschen 250 en 325. Nu in Augustus 1939 bedraagt het aantal 312, waarvan 168 belijdende leden. Klein is de kracht geweest temidden van de moderne omgeving. Groot is echter geweest des Heeren gunst over de getrouwe groep. Door Gods genade is deze Kerk wat ze is. Woensdag 16 Aug. hoopt de Geref. Kerk in verschillende samenkomsten de geschiedenis der honderd jaren te hooren vertellen en in dankbaarheid de trouw des Heeren te gedenken. Des voormiddags om half tien zal de tegenwoordige pastor loei de herdenkingsrede uitspreken, waarin hij uit de rijke historische stof de voornaamste punten tot 1898 hoopt aan te roeren, terwijl de oude broeder Negberink daarna de voornaamste gebeurtenissen van dien tijd hoopte noemen en deze, vooral bij de ouderen, opnieuw in het geheugen wil te voorschijn roepen. Des namiddags om twee uur zal er een samenkomst der gemeente zijn met de afgevaardigden van B. en W. der gemeente Borculo, van de dochterkerken en van de oudste kerken uit den Achterhoek. Dan hopen ook te spreken enkele oudpredikanten. De rij van toespraken zal worden besloten in het Ringersbosch, op de plaats waar nog vele herinneringen zijn aan de oude zendingsfeesten. Dan komen de jongere oud-predikanten aan de beurt. Daar hoopt ook de zang te zingen. Geve de Heere ons een blijde dag bij het gedenken van zoovele zegeningen in een‘ kerkelijk leven van honderd jaar !

Lees het hele bericht bij Delpher (KB) →

Let op – mogelijk dezelfde bron, andere plaats. Dit item staat ook bij Geesteren, Huurne, Witman. Met de huidige brongegevens kunnen we deze plaatsen niet met zekerheid van elkaar onderscheiden.
Bron
KB Delpher - De Graafschapper
Betrouwbaarheid
midden
Jaar
1939
Rechten
Publiek domeinwat mag ik hiermee?
Origineel
bekijk bij Delpher ↗

Verankerd op Geesteren – regional paper + region term (achterhoek, graafschap, winterswijk). De tekst komt uit het krantenarchief van Delpher (KB) en is automatisch voor deze plaats geselecteerd; nog niet door een mens gecontroleerd.