Zorgvuldig samengesteld, met bronvermelding – deze verzameling is automatisch bijeengebracht, met samenvattingen en labels van een taalmodel (LLM), en verwijst voor elk object naar de bron. Zo werkt het
← terug naar de krantenberichten

Driehonderd jaar Paters Garmelieten in Boxmeer

Driehonderd jaar Paters Garmelieten in Boxmeer Van het Moederhuis te Boxmeer uit verbreidde de Orde v.d. Berg Carmel zich over Nederland

1953KB Delpher - Provinciale Noord-Brabantsche courant Het huisgezinrelevantie: middenbetrouwbaarheid: midden

Krantenpagina: Driehonderd jaar Paters Garmelieten in Boxmeer Van het Moederhuis te Boxmeer uit verbreidde de Orde v.d. Berg Carmel zich over Nederland

Driehonderd jaar Paters Garmelieten in Boxmeer (1953).

Dit document komt uit de collectie van KB Delpher - Provinciale Noord-Brabantsche courant Het huisgezin.

In 1653 vestigden vier paters en twee broeders van de Carmelietenorde zich in Boxmeer, waar zij zich gingen bezighouden met zielzorg en onderwijs. Deze vestiging kwam tot stand dankzij graaf Albert van den Bergh, die na de Vrede van Munster in 1648 een klooster liet bouwen om de vele katholieke vluchtelingen en vervolgden in Boxmeer pastoraal te ondersteunen. Vanaf deze eerste nederzetting breidde de Nederlandse Carmelietenprovincia zich uit met kloosters en scholen in verschillende steden, en werden missies opgericht in Brazilië en Nederlands-Indië. In 1953 herdenkt Boxmeer het 300-jarig jubileum van deze stichting.

Het artikel (machine-gelezen tekst, kan leesfouten bevatten)

In 1653 betrokken vier paters en twee broeders het doorgraaf v.d. Bergb gebouwde klooster Boxmeerse convent culturele en traditionele centrum der Orde binnen Ned. provincie (Van onze gewestelijke redacteur). JJOXMEER zal op 15 Augustus a.s. een grote gebeurtenis in jubel en dankbaarheid herdenken, want dan zal het 300 jaar zijn geleden, dat de eerste Paters Carmelieten zich hier vestigden en er de zielzorg op zich namen. Dat is een feest dat zich uitstrekt over drie eeuwen en dat zijn oorsprong vindt in verre tijden met andere mensen en andere toestanden en een andere verhouding tussen Kerk en Adel. Maar wat ook veranderde inde woeling der tijden en de evolutie in velerlei opvattingen: het klooster der Paters Carmelieten is in die drie eeuwen geweest als een vast anker binnen de Boxmeerse gemeenschap en het werk der Paters is op de bevolking en de plaatselijke ontwikkeling vaneen diepgaande en verstrekkende betekenis geweest. Een heerlijk feit binnen de stralenglans van dit jubileum is het beschermheerschap van de Carmel over het Mirakel van het Heilig Bloed, waarvan de devotie zich in onze dagen tot over de landsgrenzen beeft verspreid, maar waaraan hevige en verbeten vervolgingen niet zijn bespaard gebleven. Boxmeer’s convent is bovenal voor de Orde zelf sinds de bevestiging der stichting in 1653 een cultureel centrum geweest van heiliging en stille stuwkracht, gedragen dooreen vaste geloofsovertuiging en een grote toewijding tot de H. Maagd Maria, want de Broeders van Maria, bidden zij niet „Carmelitis da Privilegia.... ”, Maria, Bloem van de Carmel geef ons voorrechten in de ontroerend schone Maria-hymnen van de Carmel-Orde? Pater-prior Chappin is de 80e prior van het Boxmeerse Convent, dat op 15 A-ugustus a.s. zijn 300-jarige vestiging in Boxmeer feestelijk zal herdenken. Boxmeer enige vrijplaats In dit Kroonjaar van de devotie tot het Heilig- Bloed krijgt in het bijzonder de vestiging der paters in Boxmeer een diepzinnige betekenis, waarin wij duidelijk de hand van God erkennen van oorsprong tot op de huidige dag. Bij de vrede van Munster in 1648 was Boxmeer de enige vrijplaats voor de vervolgden in het Land van Cuyk. Een felle godsdienstvervolging brak uit en uit alle delen van het toenmaals katholieke Nederland stroomden gelovigen ’t kleine Boxmeer binnen. Te zwaar werden de werkzaamheden voor de toenmalige pastoor dr. Antonius Peelen, priester en medicus die zich voor een taak zag geplaatst te zwaar voor menselijke draagkracht. Gevaarlijke besmettelijke ziekten richtten verwoestingen aan, er was een kort aan voedsel, kleding en beddegoed, maar bovenal was er tekort aan geestelijke bijstand voor eigen parochianen en de ontelbare vluchtelingen uit de omgeving. De huizen waren overvol en de ellende was ten hemel schreiend. Over de Vrije Heerlijkheid Boxmeer voerde in die dagen het bewind graaf Albert van den Bergh, die oök -het recht had van kerkelijke benoeming ineen tijd dat de scheidingslijn tussen Kerk en wereldlijk bestuur nog niet zo scherp was getrokken als in latere jaren. Magdalena de Cusance, diens echtgenote, had in Brussel kennis gemaakt met liturgie en koorgebed van de Orde (verschillend van de Romeinse Riten) en dit had op haar een diepe indruk nagelaten. Op haar advies besliste graaf Albert dat Carrpelieten naar Boxmeer zouden komen. Hij liet bij de toen reeds bestaande kerk een klooster bouwen waarvan de oorspronkelijke kern als vleugel in het later uitgebouwde convent nu nog bestaat. In 1652 werd de stichtingsacte opgemaakt en een jaar later betrokken 4 paters en 2 broeders het nieuwe klooster. Voor het eerst sinds de Hervorming uitbrak -en alle kloosters van de Carmel in Nederland waren opgeheven waren paters Carmelieten mede dank zij het Huis Bergh weer begonnen het verloren terrein te herwinnen. ZIELZORG EN ONDERWIJS De eerste nederzetting der paters Carmelieten was een feit geworden. Dit betekende voor de weinige paters, die in Nederland voor de verschrikkingen der Hervorming waren „ondergedoken” een machtige morele steun. Onverdroten werkten deze moedige verlaten zielzorgers in het geheim door op zgn. Staties waarvan er gevestigd waren in Aerdenburgh, Amersfoort, Amsterdam, Den Haag, Hilvarenbeek, Hontenisse, Hulst, Rijswijk, Zevenbergen en Standaardbuiten. Inde 18e eeuw ondernam Jozef II een mislukte poging om de paters te scheiden van het .klooster, en met koning Willem I kwam een nieuwe beproeving toen deze het aannemen van nieuwe novicen verbood. Deze maatregel had tot doel, de Orden te doen uitsterven en inderdaad scheelde het niet veel, of hij was hierin geslaagd. Nog slechts 2 paters bleven in het klooster te Boxmeer over. Met koning Willem II echter braken betere tijden aan. Er mochten weer novicen worden aangenomen en de Nederlandse Provincie van de Carmel ging zich uitbreiden. In 1879 werd opgericht de Nederlands-Duitse provincie waartoe thans zelfs nog Mainz behoort. •> De Orde ging zich nu snel verbreiden: Zenderen, Oss, Hoogeveen, Aalsmeer, Merkelbeek, Oldenzaal, Nijmegen, Hengelo, Deventer, Amsterdam en Enschede. In Duitsland werd een commissariaat gevormd en is reeds een Beierse provincie van de Carmel. In Boxmeer zelf werd een gymnasium gesticht, dat al spoedig ver daarbuiten een goede naam kreeg. Beroemde mannen genoten op het Boxmeerse gymnasium hun opleiding zoals de beroemde prof. Donders te Utrecht, Mgr. Joannes Paredis en Mgr. Franciscus Boermans, beiden Bisschoppen van Roermond. Op 19 Juli 1880 werden de laatste leerlingen bevorderd. Hierna hield het Boxmeerse gymnasium op te bestaan en werd in 1889 heropgericht in Zenderen (Twente), waar de tradities van Boxmeer werden voortgezet. Missiegebieden Minder bekend is dat de Paters Carmelieten ook in verre Missie-gebieden de Blijde Boodschap verkondigen van het H. Geloof. Van Nederland uit werd een Missie opgericht in Brazilië, die in 1904 zelfstandig werd en in 1922 volgden Oost-Java en Madoera in welk gebied thans Mgr. Albers werkzaam is als eerste Missie-Bisschop van de Nederlandse Provincie. Een grote figuur uit de pionierstijd van de Missie was Mgr. v.d. Pas, de Eerste Apostolisch Prefect en later Apostolisch Vicaris. De laatste jaren heeft de Orde zich /vooral ook toegelegd op het geven van onderwijs: Oss en Oldenzaal (Lyceum); Hengelo (H.8.5.); Deventer (H.8.5.) en in September a.s, zal ook in Enschede een H.B.S. worden begonnen. Het Provincialaat is gevestigd in Nijmegen, maar Boxmeer is het Moederhuis voor de Nederlandse Carmelpxovincie van waaruit de impulsen gingen bij de verbreiding der Orde inde moeilijkste jaren. Grote mannen waarvan Titus Brandsma wel de heerlijkste representant vormt kregen hun eerste opleiding in Boxmeer. Voor oOst-Brabant en het Land van Cuijk in het bijzonder is de vestiging van de Carmel in Boxmeer een grote zege geweest. De zielzorg der Paters strekte zich uit over Boxmeer, Haps, Ledeacker, Oeffelt en vele andere plaatsen. Een nieuw Juvenaat voor de Broeders is thans in Boxmeer in aanbouw, en in Merkelbeek bomt een tweede gymnasium voor opleiding van priesters. Bij een zo indrukwekkend jubileum als dat van de 300-jarige vestiging in Boxmeer is er reden tot grote vreugde. „Mira manus Domini, magna est divina potestas”, „Wonderbaar is de hand des Heren, groot is Zijn Macht”, staat op eender gebrandschilderde ramen in het klooster. Moge Gods machtige Zegen rusten op het werk der Paters van de Berg Carmel. NATIONALE GEBEDSWEEK 15—22 AUGUSTUS De Nationale Gebedsweek, beginnend met het feest van Maria’s ten Hemelopneming, besloten met de hernieuwde toewijding pp het feest van,Maria’s Onbevlekt Hart, wordt een jaarlijkse traditie. Duizenden nemen hieraan deel, en voldoen zo aan Maria’s verlangens te Fatima geuit. Wij brengen in deze week bijzonder eerherstel voor het kwaad, dat de wereld overwoekert, kwaad in allerlei vorm; zonden die het Goddelijk Hart van Jezus en Maria’s Onbevlekt Moederhart van ondank en smaad hebben verzadigd. „Dat de mensen toch ophouden God te beledigen, want Hij is al zoveel beledigd.” (Maria’s verschijning te Fatima, 13 Oct. 1917). Wij hmeken om vrede voor de wereld, „want alleen O. L. Vrouw kan dit voor de (mensen verkrijgen.” (Verschijning 13 September). Wij smeken om bekering voor de zondaars. „Bidt, bidt veel voor de zondaars en brengt offers voor hen; want vele zielen gaan naar de hel, omdat er niemand is die 'zich voor hen offert.” (Verschijning 19 Augustus). De boodschap van Fatima wordt thans weer dringend gericht tot geheel katholiek Nederland; een oproep van het Nationaal Apostolaat van het Onbevlekt Hart van Maria (Carmel, Clarastr.' 22 Den Bosch) tot de duizenden, die reeds jaarlijks deelnamen en tot degenen, bij wie wij nog geen gehoor vonden; de Nationale Gebedsweek te maken tot een machtig en eendrachtig eerherstel aan het Onbevlekt Hart van Maria, een gemeenschappelijk smekend opgaan tot de troon van genade „opdat door de hulp van de H. Moeder van God aan alle volkeren de vrede; aan de Kerk van Christus de vrijheid wórde geschonken.” (Woorden van Z. H. Paus Pius XII bij de instelling van het feest van het Onbevlekt Hart van Maria). Persoonlijke intenties voor de H.H. Missen inde Gebedsweek den opgegeven aan het Nat. Carmel, Clarastr. 22, ’s-Bosch, '"r3 jV3 zich ook kan aansluiten als AP05 het Onbevlekt Hart van Maria*^-^ Van. grote historische en artistieke waarde is de gerestaureerde kloosterpoort uit 1653, welke het 300-jarig jubileum dus deelt met de Paters Carmelieten in Boxmeer. Inde steen zijn aangebracht wapen en initialen van Cractf Albert van den Bergh, de stichter van het Carmelklooster. De Parochieherder van Boxmeer Pastoqr van Rijswijck.

Lees het hele bericht bij Delpher (KB) →

Let op – mogelijk dezelfde bron, andere plaats. Dit item staat ook bij Ledeacker. Met de huidige brongegevens kunnen we deze plaatsen niet met zekerheid van elkaar onderscheiden.
Bron
KB Delpher - Provinciale Noord-Brabantsche courant Het huisgezin
Betrouwbaarheid
midden
Jaar
1953
Rechten
Publiek domeinwat mag ik hiermee?
Origineel
bekijk bij Delpher ↗

Verankerd op Boxmeer – regional paper + region term (noord-brabant, brabant). De tekst komt uit het krantenarchief van Delpher (KB) en is automatisch voor deze plaats geselecteerd; nog niet door een mens gecontroleerd.