Zorgvuldig samengesteld, met bronvermelding – deze verzameling is automatisch bijeengebracht, met samenvattingen en labels van een taalmodel (LLM), en verwijst voor elk object naar de bron. Zo werkt het
← terug naar de krantenberichten

Waterschap van de Berkel zetel verplaatst naar Borculo

Waterschap van de Berkel Zetel verplaatst naar Borculo

1951KB Delpher - Zutphens dagblad voor de Graafschap en Veluwezoomrelevantie: middenbetrouwbaarheid: midden

Krantenpagina: Waterschap van de Berkel Zetel verplaatst naar Borculo

Waterschap van de Berkel zetel verplaatst naar Borculo (1951).

Dit document komt uit de collectie van KB Delpher - Zutphens dagblad voor de Graafschap en Veluwezoom.

Het gecombineerd college van het Waterschap van de Berkel heeft besloten de villa "Mijn Rust" te Borculo aan te kopen en om te bouwen tot waterschapsgebouw, waarmee de zetel van het waterschap van Lochem naar Borculo wordt verplaatst. Voor de aankoop werd een lening van 40.000 gulden gesloten. De watergraaf stelde dat het huidige gebouw in Lochem niet meer aan de eisen voldoet en uitbreiding onmogelijk is, terwijl "Mijn Rust" voldoende ruimte biedt voor het kantoor, de technische dienst en mogelijkheden voor woningbouw op het terrein. Bij stemming steunden negen leden de verplaatsing naar Borculo, terwijl vier leden in Lochem wilden blijven en de voorkeur gaven aan de villa "Weina".

Het artikel (machine-gelezen tekst, kan leesfouten bevatten)

Het gecombineerd college van het Waterschap van de Berkel heeft in zijn vergadering van Dinsdagmiddag besloten tot aankoop van de villa „Mijn Rust” te Borculo, welke t.z.t. zal worden verbouwd tot Waterschapsgebouw. Dit betekent dat de overplaatsing van de zetel van het Waterschap van Lochem naar Borculo, die reeds lang onderwerp Van gesprek was, een feit geworden is. Voor de aankoop van „Mijn Rust” werd een geldlening van f 40.000 gesloten. De Watergraaf mr. J. P. Drost zei in zijn toelichting dat de kwestie van verplaatsing van het kantoor reeds jaren in het college leeft. Het is bekend dat het huidige gebouw niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. De zo nodige uitbreiding kan onmogelijk geschieden, omdat de eigenaar van het belendende pand niet bereid is om mee te werken. Op de bovenverdieping is het gebouw op primitieve wijze gescheiden van het aangrenzende huis. Het dagelijks bestuur heeft op aandringen van het college reeds lang uitgekeken naar een ander pand. Het kreeg opdracht zijn voelhorens uitte steken in Lochem en de omliggende gemeenten. Enkele aangeboden panden in Lochem bevielen niet. Daarop bood de gemeente Borculo een huis aan inde Bloemersstraat. Kortgeleden deed zich in Lochem een mogelijkheid voor toen de viUa „Weina” te koop werd aangeboden. Er is geïnformeerd naar de mogelijkheid van aankoop en of het te gebruiken was voor een gebouw van het Waterschap. Niet lang daarna kwam het aanbod de villa „Mijn Rust” te Borculo aan te kopen. Het dagelijks bestuur stond daarna voor de keus of „Weina” of „Mijn Rust” aan te kopen. Het pand inde Bloemersstraat te Borculo was veel minder aantrekkelijk dan de andere huizen, zodat op dit aanbod niet ingegaan is. De meerderheid van het dagelijks bestuur, aldus mr. Drost, stelde nu voor „Mijn Rust” aan te kopen, een groot huis met '/■ H.A. grond en een koetshuis met een grote garage. Bij eventuële aankoop kan t.z.t. het gehele kantoor met de technische dienst ondergebracht worden. Op de bovenverdieping kan een particuUere woning komen; het koetshuis kan met betrekkelijk geringe kosten verbouwd worden tot een woning voor één der arbeiders. Daarnaast kunnen op het terrein bü de villa woningen gebauwd worden. Het Waterschap kan zelf bouwen of de grond verkopen aan een woningbouwvereniging of aan particulieren. De theoretische mogelijkheid tot de bouw van drie woningen is er. De viUa „Weina” Is ook erg geschikt voor het gebruik als kantoor van het Waterschap. Spr. geloofde dat wat de financiën betreft, „Weina” en „Mijn Rust” elkaar niet veel zuUen ontlopen. Wat de kwestie van overplaatsing van het Waterschap naar Borculo als centrumplaats aangaat, is de meerderheid van het dagelijks bestuur van mening dat Borculo in aanmerking komt. Als geheel is het bestuur er van overtuigd dat het pand in Borculo goed en representatief is. De minderheid acht „Mijn Rust” niet ongeschikt, maar wil in Lochem blijven, en geeft de voorkeur b.v. aan de aankoop van „Weina.” Mr. Staring (Wildenboreh) merkte op dat het pand in Lochem direct opleverbaar is; met betrekking tot „Mijn Rust” kan niet met zekerheid gezegd worden wanneer het Waterschap er in kan trekken. Overigens vond spr. het gebouw zeer geschikt. Het voorstel mag niet stranden op de overweging dat het Borculose pand niet direct beschikbaar is. Het kardinale punt is dat beide huizen geschikt zijn. Spr. adviseerde eerst te stemmen. De watergraaf zei dat zowel het ene als het andere pand voor- en nadelen heeft. De grote urgentie van de verhuizing is zeer betrekkelijk. Wij behoeven niet direct uit Lochem weg. Spr. zei zich steeds zoveel mogelijk afzijdig te hebben gehouden in verband met zijn dubbele functie van burgemeester van Borculo en watergraaf. Nu er zowel in Lochem als Borculo een geschikt huis is aangeboden was spr.’s mening dat nu een principiële beslissing moet worden genomen. Bijmotieven moeten niet gelden; men moet de hoofdzaak zien. Op een opmerking van mr. Staring dat het lang kan duren voor „Mijn Rust” beschikbaar komt, antwoordde mr. Drost dat de villa nu bewoond wordt door de burgemeester van Borculo. Het gemeentebestuur van Borculo heeft de morele verplichting het gezin van de burgemeester ergens anders onder te brengen. Het dagelijks bestuur van de gemeente en de raad heeft deze morele verplichting begrepen en op zich genomen. Over de termijn van verwezenlijking valt moeilijk iets te zeggen. Er is nog geen definitieve oplossing. Mr. Staring stelde daarop vast dat de burgemeester met veel genoegen in dit huis woont. De watergraaf zei vervolgens dat „Weina” spoediger opleverbaar is. Er woont slechts één dame. Het is vrijwel direct te betrekken. De urgentie is echter niet zodanig dat het Waterschap geen 1% jaar meer in het huidige gebouw zou kunnen blijven. Op een vraag van de heer B. J. Nijenhuis (Lintvelde) antwoordde mr. Drost dat het het gemeentebestuur van Borculo ernst is de familie Drost zo spoedig mogelijk een andere woning te bezorgen. De heer H. Goossens informeerde of de verhuiskosten, die het personeel moet maken bij de overplaatsing, voor eigen rekening, of voor rekening van het Waterschap zijn. Hoe gaat het met de reiskosten van hen, die in Lochem blijven wonen, vroeg spr. verder. De watergraaf antwoordde dat het Waterschap de morele verplichting heeft de verhuiskosten voor zijn rekening te nemen. Uiteindelijk zal het personeel moeten wonen inde gemeente waar het Waterschap gevestigd is, al zal er ook personeel in Lochem moeten blijven, b.v. de opzichter. Het Waterschap zal ook de reiskosten moeten dragen zolang er geen sprake is van huisvesting in Borculo. Ook dat Is men moreel verplicht. Tenslotte werd gestemd over het al of niet overplaatsen van de zetel van het Waterschap naar Borculo. Tevens hield dat ineen beslissing over de aankoop vaneen pand. De heren mr. Staring, H. Goossens, Smalbrake en J. Nijenhuis wilden in Lochem blijven; de heren mr. Drost, B. J. Nijenhuis, Hazelberg, G. A. EsseUnk, Lutke Willink, te Biesebeek, J. Esselink en Planten stemden voor Borculo. De heer Haytink was afwezig. Andere agendapunten. Het dagelijks bestuur stelde voor de heemraad, die bij ziekte van de watergraaf als diens plaatsvervanger optreedt, ook het overeenkomstige salaris uitte keren, met deze restrictie, dat zulks alleen geschiedt als de waarneming zich uitstrekt overeen termijn van tenminste twee maanden. Datzelfde werd voorgesteld ten aanzien van iemand, die als plv. heemraad optreedt bij ziekte van een heemraad. Uit de discussie kwam vast te staan dat de watergraaf direct een plaatsvervangend watergraaf kan benoemen; een plaatsvervangend heemraad wordt uiterlijk na 30 dagen aangewezen. De plaatsvervangend watergraaf ontvangt geen salaris als heemraad zolang hij eerst genoemde functie bekleedt. Het dagelijks bestuur nam een amendement van mr. Staring, dat de watergraaf zo spoedig mogelijk inde waarneming voorziet als het zich laat aanzien dat een ziekte langdurig wordt, over. Het voorstel werd z.h.st. aangenomen. Rondvraag. Mr. Staring informeerde naar het verpachten van viswater naar aanleiding vaneen brief van de heer J. A. van Dijk van ’t Velde te Warnsveld. Hij zei dat de eigenaren van belendende percelen o.w. de heer Van Dijk van ’t Velde, destijds een strook grond langs de Berkel hebben afgestaan. Het viswater inde Berkel ls verpacht. Men heeft nu overlast van allerlei onhebbelijke lieden; er worden nl. vergunningen verkocht aan ongewenste elementen uit Zutphen. Spr. vroeg of er geen reden bestaat een conditie te maken dat geen vergunningen meer worden afgegeven en dat het viswater niet mag worden geëxploiteerd door middel van het afgeven van vergunningen. De watergraaf antwoordde dat de pachters van het viswater, de gebrs. Hilgers medegedeeld is, dat streng de hand zal worden gehouden aan het pachtcontract. Voor iedere uitte reiken vergunning moet schriftelijk toestemming van de watergraaf zijn. Deze wordt bij hoge uitzondering verleend.

Lees het hele bericht bij Delpher (KB) →

Let op – mogelijk dezelfde bron, andere plaats. Dit item staat ook bij Hazelberg, Lintvelde. Met de huidige brongegevens kunnen we deze plaatsen niet met zekerheid van elkaar onderscheiden.
Bron
KB Delpher - Zutphens dagblad voor de Graafschap en Veluwezoom
Betrouwbaarheid
midden
Jaar
1951
Rechten
Publiek domeinwat mag ik hiermee?
Origineel
bekijk bij Delpher ↗

Verankerd op Borculo – regional paper + region term (graafschap, berkel). De tekst komt uit het krantenarchief van Delpher (KB) en is automatisch voor deze plaats geselecteerd; nog niet door een mens gecontroleerd.